Verleden
Tijd
Tien jaar
stond het gebouw leeg. De laatste draaide de voordeur op slot en sindsdien
stond het schoolgebouw onopvallend en stilletjes aan de smalle Auguststraße. Toen kwamen er drie luidruchtige kunstenaars
uit New York die voor hun Biennale op zoek waren naar
expositieruimtes. Ze zochten en vonden de man met de sleutel en namen bezit van
de voormalige Joodse meisjesschool, die in al die
jaren niet was veranderd.
Het is
zielig voor de kunstenaars die daar exposeren, want alle aandacht van de
bezoekers gaat uit naar de omgeving. Naar de klaslokalen, waar het nog muf naar
vroeger ruikt, naar het vuile, gele marmoleum op de vloer, de bakelieten
schakelaars, het bruine behang dat hier en daar in losse banen aan de muren
hangt, de mededelingenborden in de hal, met vergeelde aankondigingen van
uitstapjes en proefwerken.
Op de
binnenplaats staat een lange tekst op de muren geschilderd: Mit
der Jugend der Welt für Frieden, Freiheit und Fortschritt.
Wacht eens
even…
Deze school
heeft veel meer geschiedenis dan de Berlijners willen weten. Tot 1996 was dit
de Bertolt Brecht Schule en liepen er aan de graffiti te zien veel jongens
rond. Als ik naar beneden loop herken ik Lenin op een
muurschildering, hij wijst enthousiast naar voren, naar de hoopvolle toekomst
die socialisme heet. Iets verderop prijkt het hoofd van Bertolt
Brecht
pontificaal in het trappenhuis. Hij ziet er uit als een aardige
man, hij zou een populaire leraar geweest zijn. Op de vierde verdieping staat
boven een oud prikbord in de gang het woord Pionierfreundschaft.
Dat is ook
Duitse geschiedenis en veel recenter dan de tijd dat in het gebouw
privéonderwijs werd gegeven aan Joodse meisjes. Waarom heet het niet ‘de
voormalige Bertolt Brecht Schule, want dat is het toch ook?
O ja, er
was ook nog kunst. Veel klein, individueel, naar binnen gericht werk;
tekeningen, installaties, video’s. Ze maakten niet zoveel indruk, ze stelden
geen vragen, ze hadden geen zin hun wereld te delen met mensen die ze niet
kennen. Dat lag anders bij de jongen die op de kozijnen schreef dat hij voor Hertha BSC is en dat St. Pauli de kolere kan krijgen. Wat zou er van hem geworden
zijn?
Tadeusz
Kantor was een van de weinigen die wél indruk maakte.
Midden in een lokaal staat één houten schoolbank, met daarin een jongetje. Hij
kan niet met zijn voeten bij de grond, zijn handen rusten op zijn bovenbenen en
zijn bovenlichaam buigt zich licht voorover naar zijn boek. Het lijkt wel of
het zijn eerste schooldag is, zo onwennig zit hij daar.
Die Tote Klasse is van 1975 en roept onmiddellijk associaties op met joodse
en andere kinderen die de Tweede Wereldoorlog niet overleefden. Maar ook die Hertha BSC fan is verdwenen. Ooit was hij lid van de Freie Deutsche Jugend en geloofde dat hij in het beste van de twee Duitslanden woonde. Waar is hij nu? Leeft hij nog? Woont
hij nog in Berlijn? Heeft hij werk? Is hij getrouwd? Gelooft hij nog ergens in?
Berlijn
heeft meer geschiedenis dan goed is voor een stad en het lijkt alsof die alleen
in hele kleine brokjes verteerd kan worden. De nazitijd ligt nog zo zwaar op de maag, daar kan geen hapje
DDR meer bij.