‘Lezen is voor mij een homeopathische ervaring’

Gesprek met Renate Dorrestein

 

door Linda Huijsmans

 

Over de titel van haar negentiende boek in 23 jaar heeft Renate Dorrestein lang na moeten denken. Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor werd uiteindelijk in een redactievergadering bij haar uitgever geboren. ‘Ik heb hem in mijn omgeving getest en iedereen, inclusief mijn bridgepartner, zei: “dat boek gaat zeker over een vrouw van een jaar of 50”. Toen wist ik: dit is bingo. Hij mag dan wat omslachtig zijn, maar blijkbaar komt hij goed binnen.’ Een gesprek over critici, plotloze romans en schildpadden.

 

Behalve door de titel valt Dorresteins nieuwste roman ook op doordat achterin het boek een advertentie is opgenomen. Voor een glijmiddel nog wel. ‘Dat is een hilarisch verhaal. In de meligheid van diezelfde redactievergadering kwam het idee op om een advertentie te plaatsen voor een glijmiddel. De hoofdpersoon Heleen is een vrouw in de overgang en ze heeft last van een droge vagina, iets wat ze consequent dr. v. noemt. Ze doet drie pogingen om daar bij de drogist een middel tegen te kopen en telkens komt ze dan een bekende tegen waardoor het steeds niet lukt. Mijn redacteur belde met de firma Lubricare en hoe ze ook praatte, de marketingman was absoluut niet geïnteresseerd. Bij haar laatste poging hem enthousiast te maken kwam de aap uit de mouw. De firma Lubricare uit Dedemsvaart maakt tractorolie en heeft niets te maken met de firma BioClin die het glijmiddel Lubricare op de markt brengt. Ik was erg benieuwd wat de recensenten daarvan zouden zeggen.’

 

Overgang

We zitten aan tafel in haar riante woning in Aerdenhout, waar de spierwitte poes, die luistert naar de toepasselijke naam Maizena, hardnekkig probeert de pen van de interviewer af te pakken. ‘Ze zit altijd naast mijn computer als ik aan het werk ben. Mijn werkster beweert dat niet ik, maar Maizena eigenlijk mijn verhalen schrijft. Als ik dit zie begin ik bijna te denken dat ze misschien gelijk heeft…’

Renate Dorrestein pakt haar gele aansteker en zo komt het gesprek op Margriet, de moeder van Heleen, die in het boek een herseninfarct krijgt en daarna aan afasie gaat lijden. Ze noemt een aansteker een ‘langbeen met een hapsnoet’ en een sigaret heet ‘een juffrouw’.

 

Voor een schrijver moet het een heel angstig idee zijn dat je de taal kwijt kunt raken.

‘Dat is behoorlijk indrukwekkend. Ik kan me geen voorstelling maken van hoe het is, maar ik krijg de indruk dat het een angstig en eenzaam avontuur is. Tegelijkertijd vind ik het een fascinerend fenomeen. De taal behoudt zijn logica, bijvoorbeeld in zijn grammaticale opbouw. Iemand gebruikt woorden die je niet begrijpt omdat ze niet bestaan, niet voor jou althans, maar er is wel degelijk sprake van werkwoorden, zelfstandig naamwoorden, lidwoorden, noem maar op. Mensen die lijden aan afasie denken heel associatief. Mijn moeder wilde een juffrouw en ik had geen idee wat ze wilde. Toen ik uiteindelijk begreep dat het om een sigaret ging, snapte ik het onmiddellijk. Zij rookt Belinda Menthol en op dat pakje staat het hoofd van een juffrouw.’

 

Maar die aansteker…

‘Die geweldige omschrijvingen. Je ziet iemand in haar hoofd van ijsschots naar ijsschots springen en ze komt nog ergens uit ook. Ze weet het woord niet en gaat het dan omschrijven. Een langbeen met een hapsnoet. Heel goed gezegd.’

 

De eigenlijke hoofdpersoon van het boek is Heleen, een vrouw van middelbare leeftijd die worstelt met de overgang.

‘Je kinderen worden zelfstandig en seksueel actief, je ouders worden hulpbehoevend en door de overgang sta je zelf, veel meer dan bij mannen het geval is, oog in oog met je eigen sterfelijkheid. Dat zijn geen kleinigheden, het zijn de basics van het leven die opeens allemaal overhoop liggen.

Toen mijn moeder van het ene moment op het andere hulpbehoevend werd was ik daar zo vol van dat ik maandenlang over niets anders heb gepraat. Daardoor werd het al gauw veel groter dan mijn eigen situatie. Ik had het al eerder beleefd met twee vriendinnen die te maken kregen met een dementerende verwant en opeens viel bij mij het kwartje; daar zit een boek in.

Toen ik dertig was had ik het idee dat ik op mijn vijftigste een hele saaie, rustige levensfase zou hebben bereikt. Nu ik zover ben besef ik dat er in het leven waarschijnlijk geen andere periode is waarin zulke basale dingen werkelijk allemaal tegelijk op de schop gaan. En dat vond ik zo geestig. Je denkt toch dat er op een bepaald moment een beetje rust zal intreden, dat je eindelijk die muts in bloemetjesjurk wordt. Maar waarschijnlijk breekt dat stadium nooit aan en zeker nog niet nu.’

 

En waarom is dat geestig?

‘Het geestige vond ik dat ik altijd dacht dat je op deze leeftijd een uitgerangeerd wezen zou zijn. Dat is natuurlijk heel dom. Ik had een vriendin van 94 en zij was bepaald geen muts. We denken allemaal in dat soort vaste beelden, dat is een maatschappelijk gegeven. Je ziet het ook terug in hoe anderen op jou reageren. Op mijn leeftijd word je onzichtbaar op straat. Ik vind het geestig om daar over na te denken. Het daagt me uit om daar iets mee te gaan doen.’

 

 

Plot

Ik heb heel lang het gevoel gehad dat het verhaal langzaam maar zeker naar een onafwendbaar drama zou leiden. Uiteindelijk gebeurt dat niet. Dat is een verschil met uw andere boeken.

‘In mijn vorige roman heb ik gebroken met mijn eigen wetmatigheden wat betreft de plot. In Zolang er leven is verdwijnt op klaarlichte dag een baby en een paar maanden later wordt die even plotseling weer terug gevonden. Toen merkte ik dat het me geen klap interesseerde wie het had gedaan of wat er precies was gebeurd, ik vond het juist interessant om met de onzekerheid van die personages verder te gaan. Daar komt bij dat ik een beetje knorrig dacht: Ach, ik heb meer dan twintig jaar boeken geschreven met hele gecompliceerde plotten, ik hoef heus niet meer te bewijzen dat ik dat kan. Voor mijzelf was het heel verfrissend om dat een keer niet te doen.

 

Is deze plotloze vorm interessant genoeg om ermee door te gaan?

‘Ik ben inmiddels alweer aan een volgend boek bezig en ik kan nu wel zeggen dat het een eenmalige exercitie is geweest. Maar in het geval van Mijn zoon heeft… werd ik op een dag wakker en besefte dat ikzelf midden in het ultieme plotloze gegeven zat: die overgang die alsmaar doorgaat, zo’n ouder waar je vreselijk veel zorgen en stress over hebt wat ook niet zomaar weer voorbijgaat. Toen dacht ik: wacht even, dit is het.’

 

Uw eigen moeder heeft een herseninfarct gehad, en zelf zit u in de overgang. In hoeverre spelen die autobiografisch gegevens en rol bij het schrijven?

‘Absoluut niet. Als ik over mijn moeder wil schrijven, kies ik wel voor non-fictie. Wel drong het tot me door dat ik in Nederland nog geen roman ben tegen gekomen met een vrouwelijke hoofdpersoon in deze levensfase. Dat is toch heel erg vreemd. De enige die ik kon bedenken was de vrouw van de hoofdpersoon uit Onder Professoren, van W.F. Hermans. Dat is een sukkel die er niet in slaagt de kip goed klaar te maken.  Maar ik ben ervan overtuigd dat er vanaf nu veel meer gaan komen. Voor het eerst is er een grote cohort schrijvende vrouwen van mijn leeftijd en bij toeval ben ik een van de eersten die het onderwerp bij de kop pakt.

 

In de Nederlandse literatuur komen sowieso relatief weinig maatschappelijk relevante onderwerpen in de literatuur terecht.

‘Boodschappen doe je in de supermarkt, roept Harry Mulish altijd. Daar zit veel in hoor, ik ga niet zeggen dat dat onzin is, maar engagement kan ook het alledaagse zitten. Niet iedereen hoeft een Leon de Winter te zijn en zijn schrijverslot met Israël te verbinden. Je kunt ook zeggen; ik acht het mijn dure plicht om op te komen voor de kinderen, of de vrouwen, of  alles wat achter gesloten voordeuren gebeurt.’

 

Schildpad

U noemt zichzelf een moralist. Als u dan toch verhalen schrijft, dan moet er ook maar iets nuttigs mee gebeuren?.

‘Ik wil graag dat verhalen een toegevoegde waarde hebben. Ik lees om te begrijpen hoe ik zelf en mijn medemens in elkaar zitten. Ik lees omdat ik wil achterhalen wat het betekent om mens te zijn. En hoe moeilijk dat vaak is. Lezen is voor mij een homeopathische ervaring. Zelf hoef je niets te doen, de personages lijden en strijden voor je. Hun leven komt in zeer verdunde vorm tot je, als een homeopathisch druppeltje, maar het maakt je repertoire als mens completer. Voor heel veel dingen waar we over lezen, zouden we in het echte leven terugdeinzen, maar met een boek onder de dekens gaat het wel. Dan heeft het een toegevoegde waarde voor de rest van mijn leven.’

 

 Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een tekening van Peter Vos. Waarom heeft u hem daarvoor gevraagd?

‘Dat gebeurde weer diezelfde middag waarop ook de titel en de advertentie zijn ontstaan. In de wereld van de uitgevers is het nieuwe toverwoord ‘multimediaal’. Dan moeten er websites komen of een T-shirt, alles wat niets met een boek te maken heeft is momenteel helemaal hot in de uitgeverij. Die middag zat ik hevig over dat fenomeen te foeteren en toen schoot me te binnen dat wij eigenlijk gewoon eens het omgekeerde zouden moeten doen. Helemaal niets multimediaals, maar gewoon een heel erg mooi boek maken met illustraties. Dat zie je toch nooit, een roman met leuke plaatjes erin? Toen kwamen we bij Peter Vos uit en tot mijn vreugde, en ook wel een beetje tot mijn verrassing, vond hij het enig om te doen. Hij was een van de allereerste lezers en vond het boek heel leuk. Hij stuurde als eerste een tekening van Bingo de schildpad en die was meteen zo Bingo.’

 

Wat heeft u eigenlijk met schildpadden?

‘Dat is weer zo’n voorbeeld van hoe mythisch het schrijfproces kan zijn. Toen Heleen in het boek hoorde dat haar moeder een schildpad had, was ik net zo verbaasd als zij. Ik dacht: Verhip, ik wist niet dat we een schildpad aan boord hadden. Ik laat hem maar even staan. Uiteindelijk is Bingo zelfs op de kaft terechtgekomen. Hij is dus niet voor niets opgedoken. Heel grappig. Dat zijn van die kleine verrassingen die het schrijven voor mij zo aangenaam maken.’

 

Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor is verschenen bij uitgeverij Contact. Discussietips bij het boek op www.leeskringen.nl.

 

 

Quote: ‘Ik heb me tijdens het schrijven zelf ook de hele tijd afgevraagd of Heleen haar moeder nou om zeep zou helpen of niet.’

 

Quote: ‘Je denkt toch dat er op een bepaald moment een beetje rust zal intreden, dat je eindelijk die muts in bloemetjesjurk wordt.’

 

Foto: Chris van Houts

Foto: Chris van Houts