Publicatiedatum: 17-9-2005

Lange mars naar de waarheid

LINDA HUIJSMANS

Jung Changs autobiografische bestseller 'Wilde Zwanen' was in 1993 voor veel lezers de eerste kennismaking met het China van Mao Tse Tung. Twaalf jaar later presenteert ze een kloeke biografie vol nieuwe informatie over de grote roerganger

'Ik was op zoek naar een leuk onderwerp voor een nieuw boek. Mao domineerde mijn hele jeugd, hij heeft China op zijn kop gezet maar tegelijkertijd wist ik, en de hele wereld, verbazingwekkend weinig over hem. Ik wilde uitzoeken hoe hij aan de macht was gekomen, hoe hij de Chinezen zo ver kreeg te doen wat hij zei. Dus zijn we maar begonnen.'

Jung Chang glimlacht, alsof ze zich wil verontschuldigen over de naïviteit waarmee zij en haar man, de historicus Jon Halliday, dit project in zijn gestapt. Ze zitten naast elkaar. Zij is een kleine vrouw met opvallende lange, loshangende zwarte haren. Ze spreekt Engels met een markant Chinees accent en kleedt zichzelfbewust: felrood, laaggesneden jasje en strakke zwarte rok. Zij zit op het puntje van haar stoel en leidt als vanzelfsprekend het gesprek. Hij is meer het type verstrooide wetenschapper. Zijn grijze krullen springen slordig om zijn hoofd en als Jung Chang aan het woord is, zit hij onderuit en kijkt de andere kant op. Maar als hij spreekt verandert hij in een bevlogen prater. Met een onmiskenbaar Brits accent vult hij zijn vrouw aan als hij dat nodig vindt.

Wat begon als een 'leuk onderwerp voor een boek' mondde uit in een fascinerende zoektocht die tien jaar zou duren. Halliday had toegang tot pas geopende sovjetarchieven, Chang reisde vele keren naar China, waar ze onder anderen met Mao's dochter sprak. Samen interviewden ze grote namen als George Bush sr, de Dalai Lama en Lech Walesa. Dit alles samen levert een heel nieuw beeld op van de grote roerganger.

En dat is geen verhaal om vrolijk van te worden. We maken kennis met een gevoelloze, luie, maar extreem ambitieuze man, met een bizarre voorliefde voor geweld. Mao stak met zijn 1 meter 80 boven de meeste Chinezen uit, maar ontbeerde elke vorm van charisma of leiderschapskwaliteiten. Wat hij wel had was een uitzonderlijk politiek talent. Op dat vlak was hij een briljant strateeg. Dat hij zich jaren lang niet met water waste en alle kikkers in zijn omgeving liet doden omdat hij zenuwachtig werd van hun gekwaak, zijn aardige details, maar het boek schetst ook overtuigend en leesbaar zijn ambities. Mao wilde niets minder dan de leider van een supermacht worden en daarvoor ging hij over lijken. Hij regeerde door een terreur van angst. Hij dompelde China in een hongersnood doordat hij het voedsel aan de Sovjet-Unie gaf, in ruil voor militaire kennis en wapens. Hij ontketende de culturele revolutie waarin Chinezen elkaar op een uiterst wrede manier martelden en vermoorden. Na 27 jaar leiderschap had hij de dood van meer dan 70 miljoen mensen op zijn geweten.

Een aantal feiten waren al bekend en dus gingen zij op zoek naar het onbekende verhaal. Jon Halliday: 'We gingen van start met de vraag: wat weten we níet over Mao en vooral: waarom niet. Zo bleek

bijvoorbeeld al snel dat er niets bekend was over de manier waarop Mao zijn regering leidde. Elke bewind komt bij elkaar om te vergaderen over budgetten en waar ze dat besteden. We zijn dus eens gaan bekijken wat Mao vanaf 1949, toen hij aan de macht kwam, tot zijn dood in 1976, op dit gebied gedaan heeft. Daardoor kregen we de echte Mao te zien en bleek dat hij elke kleine boer tot op de laatste rijstkorrel uitwrong om militaire kennis en wapens te kopen van de Russen. Dat is de essentie van Mao's beleid en je moet hem nageven dat hij daarin heel consistent is geweest. Het bedrag dat werd gespendeerd aan gezondheidszorg of welzijn, liep snel terug en is altijd minimaal gebleven. Er is geen twijfel mogelijk over waar hij op uit was. Zijn doel was zo helder als glas en hij was meedogenloos als het ging om dat te bereiken.'

Het echtpaar verdeelde het werk en tijdens de lunches in hun Londense huis kwamen ze bij elkaar en wisselden informatie uit. 'Dat waren zulke opwindende bijeenkomsten', herinnert Jung Chang zich en ze straalt als ze het vertelt. 'Telkens bleken we weer iets nieuws te hebben ontdekt. En we ontdekten veel leugens.'

Hun speurwerk leverde belangrijke correcties op de geschiedenis op. Vooral de Lange Mars, een heroïsche periode in de officiële Chinese geschiedenis, bleek deels op onwaarheden en zelfs fantasieën te berusten. Zo ontdekten Halliday en Chang dat een belangrijke veldslag tijdens de Lange Mars nooit heeft plaatsgevonden. Mao's rode leger heeft nooit op een vervaarlijk zwaaiende hangbrug boven een woeste rivier de aanvallen van Chiang Kai-Sheks Nationalisten afgeslagen. Toch leert elk Chinees kind dit verhaal nog steeds op school.

Ook een andere mythe deden ze de das om. Zo bleek dat Chiang Kai-Shek tijdens die Mars de Roden op een cruciaal moment vrijwillig de doorgang heeft verleend. Jung Chang: 'We ontdekten dat hij de Sovjet-Unie gunstig wilde stemmen. Stalin gijzelde zijn zoon en Chiang Kai-Shek hoopte dat die zo vrijgelaten zou worden. Dit is niet alleen historisch een bijzonder feit, maar het geeft een historisch figuur ook een menselijk gezicht.'

Bovendien bleek dat de Lange Mars vier maanden langer heeft geduurd, omdat Mao zijn mannen een onnodige omweg liet lopen. Van de tachtigduizend man waarmee hij aan de Mars was begonnen, waren er een jaar later minder dan vierduizend over.

Onoverwinnelijk

Op momenten als deze had zelfs Jung Chang moeite om te geloven dat het waar was. Terwijl ze tijdens de Culturele Revolutie had gezien waar Mao toe in staat was en dacht wel het een en ander over hem te weten: 'Ik was verbijsterd. Ik kon me niet voorstellen dat Mao dat zijn eigen leger aandeed. Eindeloos hebben Jon en ik gepraat om duidelijk te krijgen wat in 's hemelsnaam zijn belang was. Na verloop van tijd ontdekten we wat zijn calculaties en motivaties waren. Desnoods zou hij zijn hele leger opofferen, dat kon hij altijd weer opbouwen. Maar hij moest en zou zelf de leiding en controle over de partij krijgen. Dat was zijn doel en dat ging hij koste wat kost bereiken.'

Chang en Halliday tonen Mao als een slechte, gevoelloze man. Er komt geen positief woord over hem in voor. Hij moet toch ook menselijke, zachte kanten gehad hebben?

Jung Chang ontkent die suggestie heel beslist. 'Ik weet dat mensen graag goede eigenschappen zien, ook in slechte mensen, maar we hebben geen enkele zachtheid in deze man kunnen ontdekken. Nooit heeft hij er blijk van gegeven een hart te hebben. Dat was uiteindelijk ook zijn grote kracht. Chiang Kai-Shek was kwetsbaar als het om zijn zoon ging en dat is hem opgebroken. Mao's zoon werd ook in Rusland gegijzeld, maar dat kon hem niet veel schelen. En dat maakte hem onoverwinnelijk.'

Ondergronds

Jon Halliday veert op uit zijn stoel. Na een korte blik op zijn vrouw barst hij los: 'Mao kende wel een grote zwakte als het ging om zijn persoonlijke veiligheid. Hij was heel bang voor een coupe of moordaanslag en had daarom altijd bodyguards om zich heen. Hij ging nergens naar toe zonder bijzondere voorzorgsmaatregelen. Verspreid door heel China beschikte hij over meer dan vijftig villa's. Een aantal daarvan hebben wij bezocht. Ze waren op spectaculaire plekken gebouwd, maar Mao woonde onder de grond. De woningen hadden allemaal een spoorlijn naar een militair vliegveld, zodat hij snel weg kon. Later werd zijn auto tot in zijn zitkamer gereden. De huizen hadden allemaal een interne gang waar hij doorheen kon wandelen zonder dat iemand hem van buitenaf kon zien en de ramen keken uit op een blinde muur.'

'Mao was een heel bange man en die ontdekking shockeerde me. Als hij een onbekende tegen het lijf liep, begon hij over zijn hele lijf te trillen. Dat is heel raar als je bedenkt hoeveel macht hij had en dat hij nergens voor terugdeinsde. Alsof de natuur op deze manier zijn meedogenloosheid wilde compenseren.'

Na zijn dood zwakte de communistische partij de juichende heldenverhalen rond Mao een beetje af, maar nog steeds wordt hij als de belangrijkste man uit de Chinese geschiedenis gezien. Het officiële partijstandpunt luidt nu dat Mao 70 procent goed en 30 procent fout was.

Waarom is het zo moeilijk voor de Chinese regering om te zeggen dat deze man niet deugde? De Sovjet-Unie heeft dat toch ook met Stalin gedaan? Wat hebben ze te verliezen met de waarheid?

Jon Halliday gaat weer rechtop zitten en steekt heel beslist een betoog af over de positie van de Chinese Communistische Partij. 'Mao is hét gezicht van de CCP en die is nog steeds aan de macht. Als ze Mao ter discussie stellen, stellen ze zichzelf ter discussie. Bovendien is de communistische partij medeplichtig aan Mao's misdaden. Hij kon zijn terreur alleen maar uitoefenen doordat hij omringd was met mensen die dat toestonden. De partij was zijn instrument. Door de mythe van Mao in stand te houden rechtvaardigen de communisten hun monopolie op de macht. De Sovjet-Unie had Lenin om Stalin als boegbeeld te vervangen. China heeft niemand anders. '

'En toch', valt Chang hem in de rede, 'gaat er op afzienbare termijn onvermijdelijk iets veranderen.' De Olympische Spelen, die in 2008 in Peking plaatsvinden, zijn wat haar betreft een belangrijk ijkpunt. 'China wil graag meedoen in de 21ste eeuw. Mao hoort daarin niet thuis, evenmin als het communisme. Die tijd is voorbij. De Olympische Spelen zouden een mooi moment vormen om de waarheid over Mao naar buiten te brengen.

Tegen die tijd hebben veel mensen ons boek gelezen en is er wereldwijd veel meer bekend over Mao. Zijn portret op het Tiananmen geeft een raar beeld van het moderne China. Vanuit de hele wereld komen dan mensen naar China en de regering wil een goede indruk maken. Als de regering Mao en zijn erfe-nis niet verwerpen zal ze niet geloofwaardig zijn voor de rest van de wereld. Dan komt het einde.'

Inmiddels is Jung Chang bezig met de Chinese vertaling van het boek. Ze hoopt dat zo de waarheid over Mao ook daar zal doordringen. Als ik haar vraag of ze de illusie heeft dat het boek ooit legaal verkrijgbaar zal zijn in haar geboorteland, zucht ze diep. Ze neemt een slok water, kijkt een moment naar buiten en zegt dan: 'Ik hoop het. Ik hoop het. In Taiwan wordt het gewoon gepubliceerd en het zal in buitenlandse Chinese gemeenschappen volop gelezen worden. Er zullen exemplaren China binnengesmokkeld worden. Tegenwoordig is het veel moeilijker om informatie te blokkeren en te controleren, zoals in Mao's tijd. Mensen reizen, er is internet. Het kost zoveel tijd en moeite om andere meningen te onderdrukken.'

Ze kijkt even opzij naar haar man, die rustig onderuit in zijn stoel is gaan zitten. Weer is ze even stil. Dan zegt ze: 'Dit is hét moment om Mao te verwerpen. Als het regime dat doet, is er een kans dat het boek vrij verkrijgbaar zal zijn. Ik heb goede hoop dat de communistische partij in 2008 bij zinnen zal komen.'

Weer kijkt ze opzij. Jon Halliday zwijgt.

Jung Chang en Jon Halliday: Mao, Het onbekende verhaal. Uit het Engels vertaald door Paul Syrier. Forum, 941 blz. euro 39,95

ISBN: 9022542009

Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad