Publicatiedatum: 24-9-2005

'Kijkcijfers. Jaaaa'

LINDA HUIJSMANS

Van boegbeeld van de Tros naar boegbeeld van Talpa. Linda de Mol waagt zich weer aan een nieuw tv-avontuur. Voor het geld hoeft ze het niet meer te doen. Waarom dan wel? 'Omdat ik verslaafd ben aan adrenaline'

Van ideale schoondochter tot perfectionistische zakenvrouw, dat is de carrière van Linda de Mol in een notendop. Dat ze naar Talpa zou gaan stond voor haar vast, al duurde het even voor ze ermee naar buiten kwam. 'John vroeg me almaar niet!'

'Voor mij stond als een paal boven water dat ik met mijn broer mee zou gaan. Ik wist heus wel dat hij me ging vragen maar hij vroeg me almaar niet. Later vertelde hij dat hij eerst een programmadirecteur aan wilde nemen en die wilde hij niet voor de voeten lopen. Pas toen Remco van Westerloo in dienst is getreden, ben ik officieel gevraagd door Talpa. Het enige waar ik mee zat, was de vraag: hoe maak ik het uit met mijn verloofde, de Tros dus. Ze begrepen het wel, maar hoe aardiger ze voor me waren hoe erger ik het vond. Ik heb er twintig jaar gezeten en er komen zware tijden aan voor de publieke omroep. Het is niet zo chic om het schip op zo'n moment te verlaten. Maar ja. Een bloedband gaat dan toch net iets dieper. Voor geen enkele andere zender had ik dat gedaan hoor. Ik kan John af en toe wel achter het behang plakken, maar hij is wel mijn broer. Op het moment dat hij zegt: "Ik ga een avontuur beginnen en ik heb jou daarbij nodig", dan ga ik. Klaar.'

Linda de Mol is een efficiënte zakenvrouw. Ze geeft zelden interviews maar als ze het doet organiseert ze het goed. In een Goois hotel mag de pers één dag zijn opwachting maken. 's Ochtends de kranten, 's middags de roddelbladen, strikt gescheiden. Er is één vraag die ze niet meer kan horen en dat is wanneer ze gaat trouwen. Daar gaan we het dus niet over hebben. Haar assistente laat het ene na het andere flesje Cola Light aanrukken en tijdens de lunch gaat het praten gewoon door. Linda de Mol doet veel en liefst alles tegelijk.

'Het lukt net. Dat is wat ik ervan kan zeggen.'

Blijkbaar bevalt het je. Je zou makkelijk een paar dingen kunnen laten vallen.

'Ik geniet ervan. Ik kan heel vrolijk worden als ik om 9 uur 's ochtends in mijn auto zit en ik heb de kinderen naar school geholpen, een cadeautje voor een partijtje klaargelegd, een tennistas ingepakt en drie e-mails beantwoord. Dan denk ik: zo, dat heb ik alvast maar gedaan.'

Je bent presentatrice, actrice, schrijfster, moeder, je hebt een eigen tijdschrift. Zijn er eigenlijk dingen die Linda de Mol niet kan?

'Improviseren. Daar ben ik slecht in. Dat kan ik alleen als ik eerst alles uit mijn hoofd geleerd heb. Maar ik doe het liever niet. Paul de Leeuw vertelde me eens heel enthousiast dat zijn redactie gasten had uitgenodigd en hij had geen flauw idee wie. Daar zou ik helemaal gek van worden.'

Waar word je dan zo gek van?

'Dat ik niet weet wat er gaat gebeuren. Misschien is het wel een heel belangrijk iemand, de staatssecretaris van dit of dat en die ken ik dan niet! Verschrikkelijk.'

Heeft dat met je perfectionisme te maken?

'Meer met angst om af te gaan. Om publiek voor gek te staan. Daarom bereid ik me tot in de puntjes voor. In mijn hoofd ga ik na wat er zou kunnen

gebeuren. Ik weet alles van mijn gasten: van hun sterrenbeeld tot het jaar waarin ze afstudeerden. Volslagen overbodige informatie maar ik sla het allemaal op. Dan weet ik het maar.

Als ik in een spelprogramma de regels moet uitleggen, schrijf ik die eerst helemaal uit. Dan ga ik het schrappen en probeer het terug te brengen tot twee, drie zinnen. Dat lijkt heel simpel, maar probeer jij mij maar eens in een paar woorden uit te leggen hoe ''Mens erger je niet'' werkt.'

Wat beschouw je als je grootste succes uit je carrière?

Er valt een lange stilte.

Misschien kan ik beter dit vragen: waar ben je het meest trots op?

Zonder aarzelen nu: 'Dat ik een positie heb bereikt waarin ik mijn eigen projecten kan bedenken. Ik hoef niet meer te wachten tot iemand iets leuks voor mij heeft, ik verzin het gewoon zelf. En ik krijg het nog verkocht ook. Daarom heb ik ook de serie ''Gooische vrouwen'' bedacht. Ik woon in het Gooi en af en toe...' (zoekt naar de juiste formulering) ... 'word ik bevángen door de absurditeit van dat reservaat. Maar als je er goed naar kijkt zit er ook ontzettend veel drama en humor in. Ik heb mijn idee op drie A4'tjes geschreven en dat had ik in tien minuten verkocht aan Remco van Westerloo. Daar zou iedere tv-producent een moord voor doen. Ik heb er twintig jaar heel hard voor gewerkt en nu heb ik een status bereikt waarin mij dit lukt.'

Je houdt je bezig met casting voor de serie, je schrijft het script, zoekt mee naar locaties. Je bemoeit je tot in detail met alles.

'Ja, want ik woon in het Gooi. Als ik in een script lees dat er felgekleurde boeketten bij een begrafenis worden gebruikt, ga ik onmiddellijk steigeren. Dat is namelijk absoluut not done in het Gooi. Het lijkt een stom detail, maar ik vind het belangrijk. Een vrouw met een tekkel, dat kan ook niet. Een labrador kan, of een beagle, maar geen tekkel. Het moet wel realistisch blijven.'

Kunnen doen wat je wilt; wat een luxepositie.

'Maar ook een wankele. Als ''Gooische vrouwen'' jammerlijk mislukt of mijn talkshow met Beau van Erven Dorens op zondagmiddag niet bekeken wordt, dan kom ik niet meer weg met drie A4'tjes. Daar ben ik me zeer van bewust. Ook al is Talpa de zender van mijn broer. Mijn voordeel is dat ik het al een keer heb meegemaakt. In Duitsland was ik van de ene op de andere dag ster af. Daar heb ik een dikkere huid door gekregen.'

Je hebt een reputatie hoog te houden. Waarom waag je je dan toch weer aan een tv-avontuur?

'Omdat ik verslaafd ben aan adrenaline en een ontzettende hang heb naar alles wat nieuw is en spannend en avontuurlijk en pionierend. Televisie is een klotemedium maar ook zó leuk.

Beau en ik komen bij elkaar en er is nog helemaal niets. We vergaderen, worden ontzettend boos op elkaar, vergaderen weer, zijn het roerend eens, proberen eens wat en dan gaan we de zender op. Er staat een decor, er zitten mensen, er is een tune, er een televisieprogramma en dat hebben wij dan gemaakt.

Voor het geld hoef ik het niet te doen. Ik kan dus zeggen: ik ga acteren en op zondagmiddag leuke dingen doen met mijn kinderen, maar daarvoor zit het televisievak me te veel in het bloed. Als er een nieuw seizoen aankomt en ik doe niks, zou het toch gaan kriebelen. Ik wil een studio in en mensen om me heen met oortjes in, die heel druk doen.'

Wat vind je belangrijker: hoge kijkcijfers of goede kritieken?

(Heel beslist) 'Kijkcijfers. Jaaaa. Sterker nog, als de kritieken heel goed zijn denk ik meteen; o jee, dan zijn de kijkcijfers vast waardeloos. Echt, als de Volkskrant positief over je gaat schrijven moet je uitkijken. Ik maak programma's en waar het om gaat is dat er naar gekeken wordt.'

Door zo veel mogelijk mensen.

'Jaaa.'

Heeft een vrouw in jouw positie nog voorbeelden? Mensen tegen wie ze opkijkt, die ze bewondert?

'Ik neem steeds minder makkelijk dingen aan, dat wel, maar er zijn zát mensen van wie

ik veel leer. Monique van de Ven heeft me veel geleerd over acteren, Rozemarijn de Witte over bladen maken. En gek genoeg heb ik dat met Beau ook al.'

Wat heeft hij?

'Charme. Hij kan iets verkopen.'

Wat heb je van hem geleerd?

'Het gemak waarmee hij zich het ene moment verschrikkelijk op kan winden en het volgende met evenveel gemak weer zijn excuses aanbiedt. En iedereen vergeeft het hem. Dat vind ik bijzonder. Beau komt makkelijk anderhalf uur te laat een vergadering binnen. Nou, dat vind ik onvergeeflijk. Er zitten zes mensen te wachten, dat kun je niet maken. Maar hij komt dan met zo'n goed verhaal dat je zegt: wil je koffie?'

Lijk jij op je broer?

'Heel erg.'

Wat heeft hij van jou geleerd?

'Tact.'

En jij van hem?

'Op te houden met iedereen te pleasen. Hij doet vaak heel narrig, maar áls hij iemand een compliment geeft, zie je diegene groeien. Ik was almaar bezig iedereen complimenten te geven. Toen ik één keer zei: godverdomme je hebt het helemaal verpest, waren de rapen gaar. Ik probeer daarin wat harder te worden.'

En, lukt dat?

'Nooit helemaal natuurlijk. Ik ben een vrouw en dat maakt het al anders en ik blijf nog redelijk diplomatiek, maar ik lig er niet wakker van als iemand iets lulligs over me zegt. Ik ga er niet meer van uit dat ik aardig behandeld word. De televisiewereld is een snakepit en je kunt een keer gebeten worden. Dat hoort erbij. Dan is het diep ademhalen en doorgaan.'

Maakt het feit dat je een vrouw bent het moeilijker om je in die wereld te handhaven?

'O, absoluut. Als ik zou zeggen wat Beau zich veroorlooft, zou mijn kop er afgehakt worden. Daar ben ik wel bang voor, ja, want ik ga het wel doen! Het is absoluut niet de bedoeling dat Beau in ons programma het enfant terrible wordt en ik de moederrol induik. Ik zou het fijn vinden als ik hem af en toe kan laten schrikken. Dat hij zegt: Nou Linda, dit gaat wel erg ver!'

(Linda begint heel hard te lachen en relativeert dan): 'Nou ja, dat is uiteindelijk mijn bedoeling. Ik heb jarenlang anders gedaan dus het zal wel moeite kosten.'

Je bent lange tijd de leuke blonde girl next door geweest. Heeft het je veel moeite gekost om van dat imago af te komen?

'Dat denkt iedereen nou altijd, dat ik bezig ben met mijn imago. Dat klopt dus niet. Ik ben een zondagskind; dingen die ik doe pakken vaak goed uit. En ik ben dan wel zo slim om daar gebruik van te maken. Maar ik ben niet zo briljant dat ik van tevoren een marketingstrategie uitstippel.

Ik ben het blad Linda. niet begonnen omdat ik dacht dat het goed zou zijn voor mijn imago. Sterker nog, ik geloofde aanvankelijk helemaal niet dat het een succes zou kunnen worden. Maar ik vond het te leuk om het niet te proberen. Doordat het nu zo'n grote hit is, kan ik laten zien dat ik meer ben dan iemand die bruiden naar beneden trekt. Maar dat heb ik niet gepland. Het is me overkomen.'

Toch bestaat de indruk dat je dankzij het tijdschrift een andere kant van jezelf laat zien. Je spreekt er duidelijk je mening uit.

'Dat deed ik eerder ook al. Maar een programma als ''Loveletters'' leent zich daar gewoon niet voor. Ik kan daar natuurlijk niet even de vraag opwerpen of het huwelijk misschien een achterhaald instituut is. Dat slaat nergens op. Ik had al die tijd wel een mening, ik had alleen nog geen platform.'

Het Financieele Dagblad