Laatst bijgewerkt op: 26-5-2006 14:21

Ertussenuit of uitgeteld?

Redenen genoeg om een paar jaar te stoppen met werken: kinderen krijgen, emigreren of tijdelijk met je partner mee naar het buitenland. Daarna weer aan de slag blijkt echter moeilijk. De overheid begint oog te krijgen voor herintredende vrouwen, maar de meeste zijn op zichzelf aangewezen

Liesbeth Besselink ('bijna 40') vertrok samen met haar man naar de Verenigde Staten toen hij daar voor zijn werkgever een supportcentre op ging zetten. Toen had ze al ruim elf jaar ervaring als beleidsmedewerker voor de landelijke werkgeversvereniging voor banketbakkers en ze had wel zin in het nieuwe avontuur. 'Destijds mocht je als expatvrouw in de VS geen betaald werk doen, dus heb ik als vrijwilliger mijn kennis aangeboden aan een Amerikaanse zorgverzekeraar. Daar heb ik een reorganisatieplan in elkaar gezet. Daarna verhuisden we naar Chicago en daar heb ik onder andere een expatonderzoek helpen uitvoeren en coördineren. In de tussentijd heb ik ook nog twee kinderen gekregen.'

Ze zat dus bepaald niet stil. Toen ze drie jaar geleden met het hele gezin naar Nederland terugkeerde, kwam Liesbeth Besselink in Maastricht terecht. Ze gaf zichzelf een halfjaar de tijd om een baan te vinden. Dat viel tegen. 'Ik ben naar uitzendbureaus gegaan, maar die wilden me niet eens inschrijven omdat ik geen recente werkervaring had. Verder gaat het economisch gezien in het zuiden van Nederland gewoon slecht. Nog steeds worden er meer mensen ontslagen dan er aan het werk gaan. Dat maakt het er ook niet makkelijker op.'

Netwerken

Ze zocht via internet, ploos de krant uit, bekeek omscholingsmogelijkheden en meldde zich bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), maar daar was ze weer te hoog voor opgeleid. Voor Liesbeth Besselink was het duidelijk dat als ze iets wilde, ze het helemaal zelf moest doen.

Ze sprak haar netwerk aan. 'Ik heb een hond en zelfs tijdens die wandelingen sprak ik met mensen en vertelde ze dat ik werk zocht. Op de school van mijn kinderen sprak ik veel ouders en ik benaderde oud-collega's.'

Toen kwam er een uitnodiging van het project Ruim Baan voor Vrouwen, dat in het MECC in Maastricht een bijeenkomst organiseerde voor herintredende vrouwen. Daar liep Besselink opnieuw haar oude collega tegen het lijf en hij had werk voor haar. Sinds twee maanden voert ze het secretariaat voor de afdeling Maastricht en Heuvelland van werkgeversvereniging Koninklijke Horeca Nederland.

Tevreden

Liesbeth Besselink is dus tevreden. Officieel kan zij in de statistieken worden opgenomen als iemand die geprofiteerd heeft van het overheidsinitiatief 'Ruim baan voor Vrouwen' - al is het dan heel zijdelings en heeft ze alleen de afsluitende bijeenkomst bezocht. Het ministerie van Sociale Zaken startte met dit project in 2002 met als doel de arbeidsdeelname van vrouwen op te schroeven van 54 procent in 2002 naar 63 procent in 2010. Voor het juiste perspectief: in 2002 had 75 procent van de Nederlandse mannen een betaalde baan.

De vergrijzing en ontgroening van onze maatschappij wordt op de arbeidsmarkt steeds duidelijker merkbaar en daarom worden alle mogelijk

doelgroepen aangesproken en aangespoord om weer aan het werk te gaan.

Een mooi streven, maar de resultaten vallen vooralsnog tegen. Bij de start van de campagne streefde het ministerie er nog naar om 70.000 vrouwen weer aan het werk te krijgen. Tussentijds is dat aantal teruggedraaid naar 50.000 en toen het project werd afgesloten, durfde niemand meer een uitspraak te doen.

Obstakels

Deels heeft dat te maken met de beroerde staat van de economie, zegt ook Esther Schoenmakers, in Maastricht de trekker van het convenant. 'Nu de arbeidsmarkt weer aantrekt zie ik dat ook deze groep in toenemende mate aan het werk gaat', vertelt zij. Vanaf het begin, en dat was voor Maastricht en omgeving maart 2005, is de focus daar gericht geweest op werkgevers. 'De insteek was dus niet in de eerste plaats gericht op het welzijn van deze groep vrouwen, die we graag een kans willen geven. We namen de bestaande vacatures als uitgangspunt en probeerden door middel van een persoonlijke benadering die in te vullen door een herintreedster.' Die benadering bleek succesvol. Inmiddels zijn 122 personen aan het werk, en dat is meer dan geraamd.

Een ander obstakel bleken de vooroordelen die bij veel werkgevers leven als het gaat om herintreedsters. 'Ze zijn huiverig omdat het beeld bestaat dat ze dan ook voor kinderopvang moeten zorgen of dat de herintredende vrouwen veel zullen verzuimen', weet Schoenmakers.

Zijn er eenmaal herintreedsters aan de slag, dan slaat die mening vaak radicaal om, zo blijkt uit de ervaring in het Overijsselse Hengelo. Een onderzoek dat bureau Equivalent uitvoerde toont aan dat vrouwen die na een paar jaar pauze besluiten om weer aan de slag te gaan de kinderopvang meestal al lang geregeld hebben. Vaak hebben ze een informeel netwerk dat veel kan opvangen. De werkgever krijgt iemand binnen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel, die veel dingen tegelijkertijd kan en niet te vergeten, vaak een opgespaarde ambitie bezit. 'Vaak hebben vrouwen een goede opleiding en enige jaren werkervaring. Die zijn nog lang niet klaar', aldus onderzoekster Irene van Deuveren.

Niet erkend

Ambitieus is een eigenschap die zeker van toepassing is op Veska Reuvekamp (41). Deze Bulgaarse onderwijspsychologe woont sinds 2000 in Nederland, waar zij haar grote liefde naar toe is gevolgd. 'Twee jaar lang ben ik alleen maar met inburgeren bezig geweest', zegt de Hengelose. 'Ik heb de Nederlandse taal en cultuur geleerd, en moest mijn eigen plek vinden. Toen ik daarna aan het werk wilde bleek dat mijn diploma's hier niet erkend worden.'

Daar zit je dan als hoogopgeleide vrouw met ruim tien jaar ervaring. Ze solliciteerde op functies waarvoor ze geen diploma's nodig had, maar werd afgewezen omdat ze ofwel te oud, of te hoog gekwalificeerd was. Ze besloot bij de Open Universiteit de opleiding tot Gezondheidspsycholoog te volgen en hoewel ze veel vrijstellingen kreeg, heeft ze nog een jaar of twee jaar nodig om dat af te maken.

Uiteindelijk heeft ze de afdeling Sociale Zaken van de gemeente Hengelo, in Overijssel, gevraagd haar te helpen. Ze staat op het punt om een cursus te gaan volgen speciaal voor hoogopgeleide buitenlandse vrouwen. 'Daarin ligt de nadruk op praktische zaken als werken in Nederland, cultuurverschillen, maar ook cursussen conflicthantering en assertiviteit.' Ze zucht als ze vertelt dat ze de laatste twee in Bulgarije al gevolgd én zelf gegeven heeft, maar ze heeft het ervoor over. 'Ik ben koppig. Ik wil per se aan het werk. De studie aan de Open Universiteit is voor mij een goede verbreding en verdieping. Sinds ik twintig jaar geleden afgestudeerd ben, is er in de psychologie natuurlijk ook het een en ander veranderd.'

De cursus van de gemeente wordt afgesloten met een stage. Daarna is er kans op een werkervaringsplaats en daar mikt Veska Reuvekamp op. 'Als ik maar eenmaal binnen ben, dan kan ik laten zien wat ik kan.'

Onbenut

Het is lastig te schatten hoeveel herintreedsters er nu precies zijn in Nederland, omdat ze niet of nauwelijks in de statistieken voorkomen. Ze krijgen geen uitkering en vaak zijn ze ook niet officieel op zoek naar werk. Volgens cijfers van het CBS staat slechts 15 procent ingeschreven bij CWI. De rest zoekt en vindt werk via informele circuit, of zoekt helemaal niet.

Een onderzoek van het CBS onder wat het met een mooie term 'onbenut arbeidsaanbod' noemt, wees uit dat er rond de 130.000 herintreedsters zijn in Nederland. Negen van de tien zijn vrouw en bijna de helft is tussen de 35 en 45 jaar oud, waarvan maar 13 procent hoog is opgeleid - het merendeel is laag op middelbaar opgeleid. Van hen heeft 70 procent een partner en jonge kinderen en voor de grootste groep was dat ook de directe aanleiding om te stoppen met werken.

Uit het genoemde onderzoek van het CBS blijkt ook dat als een herintredende vrouw werk vindt, het overwegend gaat om banen van 12 tot 19 uur per week, en degenen die

een baan vinden, zijn meestal hoger opgeleid. De meest recente cijfers zijn van 2002 en van de 133.000 vrouwen die in dat jaar weer aan de slag wilden, vonden er 50.000 een baan.

Irene van Deuveren signaleert in haar onderzoek, dat ze deed in opdracht van het Regionaal Platform Arbeidsmarkt Twente, dat veel vrouwen 'verleid' moeten worden om weer aan het werk te gaan. 'Als je ze er direct op aanspreekt blijkt dat ze vaak wel willen werken, maar niet goed weten hoe of waar. Ze zien ertegenop om het allemaal zelf uit te zoeken en als de noodzaak om te gaan werken dan ook nog niet hoog is, laten veel vrouwen het erbij zitten. Bovendien onderschatten vrouwen zichzelf vaak. Ze hebben het idee dat ze niet interessant zijn voor werkgevers, dat hun opleiding niet meer aansluit bij de huidige eisen en dat hun werkervaring verouderd is.'

De gemeente Hengelo heeft daarom een uitgebreide publiciteitscampagne georganiseerd om deze groep te vinden en te begeleiden naar een baan. Vaak zijn het vrouwen die na het krijgen van kinderen graag weer aan de slag willen, maar er zijn er ook die na een echtscheiding op eigen benen moeten staan, een eigen pensioen willen opbouwen of die het thuis zitten wel hebben gezien. Volgens coördinator Henriette Plas kent deze groep aanvankelijk koudwatervrees: 'Ze zijn onzeker over hun eigen vaardigheden omdat ze er een tijd uit geweest zijn. 'Ben ik nog wel goed genoeg?', 'Kan ik het nog wel?' zijn vragen die ze aanvankelijk tegenhouden. Beginnen ze eenmaal aan een cursus, dan zijn de resultaten bijna zonder uitzondering goed. Ik heb nog nooit zo veel negens en tienen gezien als juist onder deze groep. Ze beginnen voorzichtig, nemen niet te veel hooi op hun vork en krijgen de stof zo stap voor stap onder de knie. Het zijn echte doorzetters.'

Gevraagd naar de voordelen voor werkgevers, geeft ze lachend het voorbeeld van een klein bedrijf waar in twee jaar twaalf baby's geboren werden. 'Die werkgever was wel blij met een herintreedster.' Een gemengd samengesteld team is dus prettig, maar daarnaast is deze groep ook aantrekkelijk omdat ze juist de banen van 12, 18 of 24 uur willen. Dat zijn functies die over het algemeen moeilijk in te vullen zijn.

Een onderzoek dat de Erasmus Universiteit deed naar de houding van werkgevers in het midden- en kleinbedrijf ten opzichte van herintreedsters, wees uit dat de grootste struikelblokken voor hen de relatief hoge leeftijd zijn en een beperkte of 'verkeerde' opleiding. Veel vrouwen hebben ervaring in de traditionele vrouwenberoepen in de zorg of de administratie, terwijl er steeds meer vacatures ontstaan in bijvoorbeeld de technische sector. Ook blijken er in het algemeen nog te weinig parttime banen beschikbaar die goed te combineren zijn met schooltijden en vakanties. Anderzijds is het lastig dat deze vrouwen vaak niet als officieel werkzoekende ingeschreven staan, waardoor ze niet reageren op vacatures.

Uit datzelfde onderzoek bleek echter dat werkgevers die ervaring hebben met herintreedsters overwegend positief zijn. Ze zijn blij met hun levenservaring, motivatie, evenwichtigheid en organisatietalent. Herintredende vrouwen blijken in de praktijk vaak te beschikken over capaciteiten en vaardigheden die niet tot uiting komen in diploma's of certificaten.

Omscholing

Anne Leiss (41) werkt sinds twee jaar weer als jurist in een baan van 18 uur. Ze heeft een partner en twee kinderen en een indrukwekkend cv. Ook zij wilde wel aan de slag, maar niet meer in haar oude werk. Na banen bij onder andere vluchtelingenorganisatie UNHCR werkte ze vijf jaar als asieljurist. Ze verleende rechtshulp aan mensen die asiel aanvroegen in Nederland. Dat was bijzonder zwaar werk, vertelt ze. 'Vaak ben je als hulpverlener de enige die deze mensen hebben. Ze vertellen je hun hele verhaal en dat zijn vaak aangrijpende geschiedenissen. Vervolgens vecht je in je eentje tegen het cynisme van het ministerie van Justitie, waar men in principe helemaal niemand gelooft. Ik vond dat steeds moeilijker. Toen ik voor het eerst moeder was geworden werd het voor mij nog zwaarder. Ik trok me het lot van die mensen steeds meer aan.'

Ze besloot te stoppen en iets anders te proberen. Ze begon aan een omscholing tot leerkracht voor de basisschool, maar merkte al snel dat dat niets voor haar was. 'Ik had vrij romantische ideeën over samen knutselen, maar je eerste stage loop je in groep 8 en daar speel je toch voornamelijk voor politieagent.'

Een paar jaar bleef ze thuis en zorgde uitsluitend voor haar kinderen (ze had er inmiddels twee): 'Dat kostte me energie genoeg'. Maar ze merkte ook dat die, naarmate ze groter worden, haar steeds minder nodig hebben. 'Op een gegeven moment dacht ik: ik moet maar weer eens verder. Maar ik wilde geen fulltime baan buiten de deur. Ik heb geen kinderen gekregen om ze dagenlang in een crèche te stoppen. Een tijdlang heb ik toen juridische vertalingen gemaakt. Dat kon ik vanuit huis doen, maar dat was geen succes. Ik miste juist het contact met collega's.'

Via internet en het CWI ging ze op zoek naar een leuke baan, wat alles mocht zijn als het maar niets juridisch was. Dat viel tegen. Creatieve, culturele of maatschappelijke functies bleken dun gezaaid en als ze er al waren, miste Leiss de juiste kwalificaties. De vraag naar juristen daarentegen was onverminderd groot. 'Toen dacht ik: oké, zolang het geen asielrecht is, en ik de werktijden met de kinderen kan combineren, wil ik het nog wel een keer in de juridische sector proberen.'

Ze vond een baan bij de gemeente Heemskerk, waar ze nu 18 uur per week werkt op de afdeling Bezwaar en Beroep. Afwisselend, flexibel en inhoudelijk interessant, vindt ze zelf. Als de kinderen ouder zijn, wil ze proberen meer uren te gaan werken.

LINDA HUIJSMANS