Todesstreifen

 

 

Berlijn heeft meer geschiedenis dan goed is voor een stad. Probeert ze daarom haar sporen zo grondig mogelijk uit te wissen? Op de hoek van mijn straat ligt een leven aan verleden verborgen, maar vanochtend jogde ik er langs alsof er nooit iets was gebeurd.

Er liggen aangekoekte resten bruine sneeuw op straat. Ik kan niet lopen en tegelijkertijd om me heen kijken, de grote keien liggen ongelijk, de meesten zijn gebarsten en dat loopt lastig en onregelmatig. Ik zie alleen maar voeten, onderstellen van kinderwagens en niet de leegte om mee heen.

Pas ’s middags, als ik mijn voordeur weer uitstap en naar de vlooienmarkt aan de overkant wandel, dringt tot me door waar ik eigenlijk loop. Todesstreifen, heette in die tijd het gebied tussen de muur en de rest van de wereld. Een jongen in een toren hield de wacht, met de opdracht te schieten op alles wat bewoog.

Ik steek over, draai me om en kijk. De huizen van mijn straat beginnen niet op de hoek, maar enkele tientallen meters verderop. Als ik vanuit mijn keuken naar buiten kijk, zie ik een groot stuk braakliggend terrein en pas daarna de zwart geasfalteerde straat waarop ik nu sta. Het dringt nu pas tot me door wat dat betekent.

 

Henri Cartier Bresson is mede zo beroemd geworden doordat hij de begaafdheid bezat op het juiste moment op de juiste plaats aanwezig te zijn. Net als Cees Nooteboom, die daarom ooit als eerste Nederlander de Nobelprijs voor de Literatuur zal krijgen. Henri stond ooit op deze plek waar ik 44 jaar later eindelijk ook aangekomen ben, en fotografeerde drie mannen die toekijken hoe andere mannen een muur metselen die ze voorgoed de toegang tot mijn straat zal ontzeggen. Een eeuwigheid, die uiteindelijk 28 jaar duurde, maar dat maakt het niet minder lang. De wereld werd voor hun neus tot staan gebracht.

 

Er waren eens vier vrienden die samen tegen het grote boze kwaad vochten. De oorlog was wreed, de oorlog duurde lang en velen verloren het leven, maar uiteindelijk lukte het de vier vrienden om die slechte man met zijn kleine snor te verslaan en dus vierden ze feest. Maar niet lang daarna kregen ze ruzie. Een van de vrienden wilde niets meer met de anderen te maken hebben en bouwde een muur, zodat al zijn vrienden op hun beurt ook nooit meer iets met die anderen te maken hoefden te hebben.

Tot zover kende ik de geschiedenis.

 

Maar een muur alleen is niet genoeg. Zeker niet als je die nogal willekeurig door een eeuwenoude stad trekt. Daar staan huizen en daarin wonen mensen. Dat is lastig voor een systeem dat in muren denk.

 

Vandaag zag ik een kort zwartwit filmpj, waarin een 77-jarige vrouw op een brede vensterbank balanceert. Onder haar, staan stoere brandweermannen met een zeil om haar op te vangen, maar ze aarzelt. Ze heeft haar hele leven in dat huis gewoond, zij weet hoe hoog het is. De laatste jaren leken de treden in het trappenhuis haar steeds hoger toe en elke dag viel het haar zwaarder ze te beklimmen.

Voorzichtig steekt ze een been uit. Haar schoen glijdt van haar voet en van schrik trekt ze haar been weer terug. Dan staat er opeens een stoere brandweerman onder haar en die steekt zijn armen naar haar uit. De vrouw zakt nog iets verder door haar knieën, alsof ze met haar blote teen eerst wil voelen hoe koud het water is. Dan verschijnt er boven haar een hand in het raam boven haar en die grijpt haar arm vast. Even is ze zo het ultieme symbool voor de verdeelde stad: Blijf hier! Kom bij ons! Hier is gelijkheid! Wij hebben vrijheid! 

Maar zij had haar keuze al gemaakt en dus trekt ze haar arm los en springt gedecideerd langs de brandweerman naar beneden. Zo koud was het water nu ook weer niet.

 

De ramen van de huizen die opeens pal achter die muur stonden, werden een voor een dicht gemetseld met grove, witte stenen. Vandaag zag ik foto’s van vrouwen die uit hun raam leunden – waar komt toch die vaardigheid van vrouwen vandaan om tegelijkertijd lomp en stijlvol naar buiten te hangen? – terwijl die grote vensters naast hen, boven en onder hen al gesloten waren. Het waren gewonde huizen, met dichtgeslagen ogen. Deze huizen werden heel langzaam vermoord.

Er waren in die maanden meer vrouwen die hun geluk beproefden. Een van hen heette Ida en ze sprong van drie hoog naar beneden. Er stonden geen brandweermannen met een zeil. Ze is op straat doodgebloed. Een jongen met een wapen keek toe. Hij kreeg bevel niets te doen. Ze bewoog toch niet meer. Ze lag in een niemandsland dat later Todesstreifen zou heten.

 

Toen de muur eenmaal af was, zijn al die huizen gesloopt. Alsof het hun schuld was. De bewoners werden onder dwang hun huizen uitgezet. Ook daar zijn vanuit het westen foto’s van gemaakt, door fotografen op huishoudtrappetjes. Aan de andere kant stonden jongens hen in opdracht van de Staatssichterheitsdienst met spiegels te verblinden. Later namen ze hun toevlucht tot bekender gereedschap: waterkanonnen en rookbommen. Er was in die tijd ongetwijfeld nog sprake van ideologische bevlogenheid, maar degene die zijn mensen dit soort dingen liet doen, moet zich toen al geschaamd hebben.

 

 

Ik kijk naar mijn straat die pas honderd meter verderop begint en realiseer me dat het hoekhuis niet altijd een hoekhuis geweest is. Op de foto van Cartier Bresson had het nog erkers, maar niet alleen die zijn verdwenen, het hele pand is weg, net als het huis daarnaast en het huis daarnaast, waarna de zijmuur van het vierde huis er opeens heel bloot bij kwam te liggen. Daar hield het Russisches Viertel op, maar ik geloof niet dat de DDR daar overbodige borden bij zette, zoals de Amerikanen, en de Fransen wel deden aan hun kant van de muur.

 

Het meest bizar is natuurlijk het feit dat het terrein nu, na ruim 16 jaar, nog steeds braak ligt. Het is leeg en nutteloos, zo zonder muur en zonder wachtposten. Zonder grens. Niemand noemt het nog Todesstreifen en toch lijkt geen mens zich op dit stuk grond te durven wagen.  

Toch, na bijna 17 jaar, begint de geschiedenis zich ook hier weer te roeren. Links en rechts langs die lange Bernauerstraße staan hoge borden waarop de bouw van woningen wordt aangekondigd, geheel naar eigen wens in te richten. Daar tussenin herken ik de paars-gele kleuren van Nuon. Het Nederlandse bedrijf adverteert in een mengelmoes van Duits en Nederlands met: Betaalbaar Strom. Het begin van een nieuw verhaal? Maar nee, dat is teveel eer. Hooguit van een nieuw hoofdstuk. De geschiedenis is nooit voorbij, die begint gewoon steeds opnieuw.