Linda Huijsmans Teksten

Onder Ons

Je gaat het pas zien als je het doorhebt

Voor een huis dat graag onzichtbaar wil zijn, staat het op de meest onwaarschijnlijke plek van de stad. Middenin de uitbundige Kalverstraat bevindt zich een strak, klassiek pand zonder deur en zonder kleur. Dag in dag uit trekt een eindeloze stroom mensen eraan voorbij zonder het te zien. En dat is precies de bedoeling.

 

De Kalverstraat is een straat van veel. Veel geluiden, veel kleuren, veel mensen, veel van hetzelfde. De roze lampen van de telefoonprovider vangen je aandacht, kaatsen die naar het rek met zonnebrillen aan de overkant, verandert in het felle neongeel van de buren en dan ben je het pand voorbij zonder het gezien te hebben. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat ik er op deze late donderdagmiddag doelbewust naar op zoek ga, komt door Geert Mak. Hij wees me op het huis in zijn boek over Jan Six en hoewel ik vaker in de Kalverstraat ben geweest dan me lief is, was het me nog nooit opgevallen. En dat kon ik bijna niet geloven.

Achter de gevel van dit grote huis schuilt Sociëteit Onder Ons; een zeer exclusieve herenclub, schrijft Mak: 

 

“De club is gevestigd in een voormalig bordeel aan de Kalverstaat, een gesloten grijze gevel in deze verder zo uitbundige winkelstraat. In 1868 meldde de Prins van Oranje zich als lid en sindsdien schoven de mannelijke leden van de koninklijke familie er graag naar binnen — de gefrustreerde echtgenoten van de koninginnen Wilhelmina en Juliana voorop. Ook de Sixen behoorden — en behoren — tot de trouwe leden.”

Zij zien jou

Stilstaan in de Kalverstraat is ongemakkelijk. De stroom voorbijgangers rolt gewoon door, maar het personeel staat wel stil en opeens zie je ze. En zij zien jou. De blik van een jongen in een keurig grijs pak vangt je en laat je niet meer los. Twee meisjes in blouses met een felgekleurd logo kijken je weg omdat ze graag even buiten willen roken. De muziek, die net nog niet meer was dan een vormeloze potpourri van geluid, stolt tot een herkenbare melodie. Nu kijk je pas goed.

 

Nieuwsgierigheid

Om zichzelf nog wat onzichtbaarder te maken, is de gevel op de begane grond onopvallend grijs gehouden. Dichte vitrages voorkomen dat je naar binnen kijkt, waardoor het halfopen raam op de eerste etage juist extra nieuwsgierigheid wekt. Wat gebeurt daarbinnen? Hierboven is de gevel stralend witgeschilderd en zijn de ramen nog wat hoger. Maar de blik van beneden wordt tegengehouden door twee stenen balkons die wezenloos terug staren. Je krijgt helemaal niets te zien.

Stoïcijnse gevel

En dan valt opeens op dat er geen deur inzit. Dat maakt het pand niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk ontoegankelijk. Je ogen zoeken houvast. Ieder huis heeft een binnen- en een buitenkant, maar dit schijnbaar niet. Misschien is dat de reden dat iedereen er zo gedachteloos aan voorbij loopt. Niets van wat erbinnen gebeurt kan naar buiten.

Deze stoïcijnse gevel is letterlijk een decor. Erachter staan twee losse panden die zijn samengevoegd door de bekende architect Van Gendt die er een heel nieuwe gevel voorzette. De ingang verplaatste hij naar de zijkant, naar de ultrasmalle Spaarpotsteeg.

 

Onder Ons

Onder Ons (…) is de meest exclusieve herensociëteit van Amsterdam. De naam moet letterlijk worden genomen, uit de school klappen is taboe”, schrijft Geert Mak.

Waar andere sociëteiten in de loop der jaren hun deuren hebben geopend voor heren van iets minder goede komaf, of zelfs voor vrouwelijke leden, is en blijft Onder Ons een besloten herenclub. Een club die opvallend goed heeft nagedacht over zijn eigen onopvallendheid.

Entre Nous

De enige die ons ooit een blik naar binnen gunde is F. Bordewijk. Hij schreef erover in zijn verhaal Bloesemtak: “… maar wel intrigeerde hem deze club, en dan vooral als gebouw, een deftig herenhuis uit circa 1880, in een drukke winkelstraat, maar met de ingang in een donkere steeg. Het leek of de leden niet wilden weten van hun bezoek, en aan een buitenstaander kwam het geheel als iets geheimzinnigs voor. Niemand kon overdag door het dichtgeweven glasgordijn ook maar een glimp opvangen van het inwendige. Het stond daar als een blok isolement, een kubus van inkeer. Er liep geen schrikdraad omheen, maar het was ook onnodig. Deze wanden schenen een compleet schrikpantser (…). Deze club, dit gebouw heette Entre Nous.”

En dan tilt Bordewijk heel even een hoekje van de dichte vitrage op, zodat we vanaf de Kalverstraat naar binnen kunnen gluren: “Zij zaten er op die late namiddag, gelijkvloers in een pompeuze vreedzame zaal, met nog weinig bezoek. (…) Zij dronken allen een borrel.”

Spaarpotsteeg

De Spaarpotsteeg is zo smal, dat je er niet met twee volwassenen naast elkaar kunt lopen. Een prima plek om ongezien naar binnen te glippen. De Kalverstraat voelt hier ver weg. Naast een lamp die zo groot is dat je er makkelijk onder zou kunnen schuilen voor de regen, zit een onopvallende bel.  Druk er maar eens op, niemand doet open. Maar je bent ongetwijfeld gezien.